Fiep
mannelijk (de)/fip/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (psychologie) zeer sterke preoccupatie in een beperkt interessegebied bij een persoon met autismeIk zou het liefst de hele dag vertellen over mijn fiep, maar volgens Pien is dat erg onbeleefd.
- rubberen speen
Etymologie
*[2] (klanknabootsing) van een zuigend geluid
Vertalingen
Engelsspecial interest
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek