Fez

mannelijk (de)/fɛs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. hoofddeksel (hoofddeksel) bepaald soort hoed met een Turkse oorsprong
    Die man draagt een fez.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘muts’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1836

Vertalingen

Engelsfez
Fransfez, chéchia
DuitsFes
Spaansfez
Italiaansfez
Russischфеска, фес
Zweedsfez