Emmaüsgangers

meervoud/ˈɛmaʏsˌxɑŋərs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. religie (religie) (christendom) twee volgelingen van Jezus die tijdens een tocht van Jeruzalem naar Emmaüs hem na zijn opstanding ontmoetten
    Mag hij even een verhaal vertellen? Het Bijbelverhaal van de Emmaüsgangers: „Over twee mannen die op weg zijn naar het dorp Emmaüs en vergezeld worden door een vreemdeling. Ze vertellen dat ze bedroefd zijn omdat hun leidsman gestorven is, gemarteld aan het kruis. Aangekomen in het dorp nodigen ze de vreemdeling nog uit voor het eten, en de man pakt het brood en breekt het, en dan zien de mannen wie hij is, namelijk hun leidsman. Op het moment dat ze hem herkennen is hij weg.”
zelfstandig naamwoord
  1. kunst (kunst) bepaalde afbeelding van de ontmoeting van Jezus na zijn opstanding met twee van zijn volgelingen die op weg waren van Jeruzalem naar Emmaüs
    Het nu wereldberoemde Meisje met de Parel (Mauritshuis) kon eind negentiende eeuw voor een rijksdaalder aangekocht worden, maar de Emmaüsgangers van Han van Meegeren, die voor een Vermeer moest doorgaan, kostte in de jaren dertig van de vorige eeuw al 540.000 gulden.

Etymologie

*[2] genoemd naar het motief, als naam van een kunstwerk geschreven met een hoofdletter volgens