Egyptenaar

mannelijk (de)/eˈɣɪptənar/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. demoniem (demoniem) iemand die in Egypte woont of daar vandaan komt
    De Egyptenaren staan bekend om hun gastvrijheid.
  2. verouderd (verouderd) zigeuner, Rom
    Men noemde zigeuners in die tijd (en vaak later ook): Egyptenaren, zonen van Farao, Heidenen, Tartaren, Bohémiens, Tsiganes, Gitanos, Gypsies (van ‘Egyptians’), Gigány en nog veel meer.

Etymologie

*afgeleid van Egypte