Duffel
/ˈdʏfəl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (n) een zware, ruwe, wollen stof die oorspronkelijk in het Zuid-Nederlandse Duffel werd vervaardigd
- (m) (kleding) zware jas van voornoemde stof vervaardigd
Etymologie
* In de betekenis van ‘dikke wollen stof’ voor het eerst aangetroffen in 1637
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek