Drommel

mannelijk (de)/'drɔməl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. religie (religie) duivel
  2. beklagenswaardig persoon
tussenwerpsel
  1. krachtterm (krachtterm) uitroep van boze verontwaardiging
    Wat drommel!

Etymologie

* Leenwoord uit het Nederduits, in de betekenis van ‘beklagenswaardig persoon’ voor het eerst aangetroffen in 1782