Doorbraak
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈdorbrak/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een plek waar een dijk of dam is doorgeslagenNa die doorbraak liep de hele polder onder.
- een cruciale ontdekking of gebeurtenis die de weg opent naar belangrijke ontwikkelingenDe ontdekking van penicilline was een grote doorbraak in de medische wetenschap.Deze show wordt jouw grote doorbraak in showbusinessland.
- het doorbreken, stukbreken
Etymologie
*afleiding van het werkwoord "doorbreken"
Vertalingen
Engelsbreach, breakthrough
Franspercée
DuitsDurchbruch
Spaansrotura, ruptura, innovación
Zweedsgenombrott
Deensgennembrud
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek