Doorbraak

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈdorbrak/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een plek waar een dijk of dam is doorgeslagen
    Na die doorbraak liep de hele polder onder.
  2. een cruciale ontdekking of gebeurtenis die de weg opent naar belangrijke ontwikkelingen
    De ontdekking van penicilline was een grote doorbraak in de medische wetenschap.
    Deze show wordt jouw grote doorbraak in showbusinessland.
  3. het doorbreken, stukbreken

Etymologie

*afleiding van het werkwoord "doorbreken"

Vertalingen

Engelsbreach, breakthrough
Franspercée
DuitsDurchbruch
Spaansrotura, ruptura, innovación
Zweedsgenombrott
Deensgennembrud