Donna

vrouwelijk (de)/ˈdɔna/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. respectvolle aanduiding voor een vrouw
    Nee, hij had geen loopjongen gezien: niet van 'n kruidenier en niet van andere winkeliers, niet van de slager en niet van de bakker. En toch had donna Manuela hem gezien, heel goed gezien, terwijl hij de gang uit rende, achter de dief aan.

Etymologie

*van "donna", aangetroffen van 1824

Uitdrukkingen

  • la donna è mobile