Dede

/ˈdedə/

Betekenis

werkwoord
  1. verouderd (verouderd) deed, de onvoltooid verleden tijd van doen
    Het was zoo veilig, Hope, in uw vrede.Waart gij een moeder, ik het kind dat schreide?Zoo zacht zocht gij het woord, dat rusten dedeDer angsten smarten en het hartelijden.
    't Is of de angst mij fel omsnoert, als dede ik reeds de zwaarste zonde!

Etymologie

*(erfwoord) van Middelnederlands "dede"