Dam
mannelijk (de)/dɑm/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (spel) (bij het damspel) twee gestapelde schijven
Etymologie
*[B] mogelijk via "dame" van "dama"
Uitdrukkingen
- Als er een schaap over de dam is, volgen er meer — als de eerste stap is gezet is het voor een ander niet moeilijk meer om die ook te maken en volgt de rest vanzelf
- het hek is van de dam — er ontstaan problemen nu de belemmering is opgeheven
Vertalingen
Engelsdam, king
Fransbarrage, dame
DuitsDamm, Dame
Spaanspresa, dama
Italiaansargine
Portugeesbarragem, represa
Russischплотина, дамба, дамка
Japansダム
Poolszapora
Zweedsdamm
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek