Concordia

vrouwelijk (de)/kɔŋˈkɔrdija/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. toestand waarin zij die deel zijn van een groter geheel het onderling eens zijn en probleemloos samenwerken
    Haar voet rust op een steen waarop een tekst prijkt die verwijst naar de harmonie van het huwelijk: ‘Zo goed als harmonie klinkt op de luit, zo goed kroont harmonie het huwelijk.’ Met een luit worden heel veel familieportretten voorgesteld en dit wijst voortdurend op de concordia van het gezin.

Etymologie

*van Latijn "concordia"