Commandeur

mannelijk (de)/kɔmɑnˈdør/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. militair (militair) iemand die het bevel voert, gewoonlijk over strijdkrachten
  2. militair (militair) officiersrang bij de zeemacht, tussen die van kapitein en schout-bij-nacht in en commodore bij de landmacht, respectievelijk luchtmacht
  3. iemand met een ridderorde, in rang boven officier en onder grootkruis

Etymologie

*van """ "waardigheidsbekleder bij ridderorde; leider", op te vatten als van commanderen , in de betekenis van ‘laagste rang van vlagofficier bij de marine’ voor het eerst aangetroffen in 1739

Vertalingen

Engelscommander
Spaanscomendador