Clark

mannelijk (de)/ˈklɑrᵊk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. (België) voertuig met een hefinrichting in de vorm van een tweetandige vork die beladen pallets kan optillen en vervoeren
    Gevangenen die binnen de muren werken mogen met de clark rijden, bijvoorbeeld om paletten te lossen met goederen.

Etymologie

*(eponiem) van "Clark", de achternaam van Eugene B. Clark, de oprichter van het dat na de Eerste Wereldoorlog een van de eerste vorkheftrucks ontwikkelde