Bugel

mannelijk (de)/ˈbyɣəl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. muziekinstrument (muziekinstrument) een koperen blaasinstrument in Bes of Es of sporadisch ook wel C met drie ventielen, dat een belangrijk instrument is in fanfare-orkesten
    Mireille speelde een prachtige solo op haar bugel.

Etymologie

* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘blaasinstrument’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1912

Vertalingen

Engelsflugelhorn
Fransbugle
DuitsFlügelhorn
Spaansfliscorno
Italiaansflicorno
Zweedsflygelhorn