Brouwer

mannelijk (de)/ˈbrɑuwər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) iemand die bier maakt om te verhandelen (tegenwoordig ook wel als hobby)
  2. bedrijf (bedrijf) onderneming die bier maakt om te verhandelen

Etymologie

*van Middelnederlands "brouwere", in de betekenis van ‘iemand die beroepsmatig bier brouwt’ aangetroffen vanaf 1284; op te vatten als van brouwen

Vertalingen

Engelsbrewer
Fransbrasseur
DuitsBrauer
Spaanscervecero
Italiaansbirraio
Deensbrygger