Breeveertien
mannelijk/vrouwelijk (de)/breˈvertin/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (figuurlijk) spannende of fatale overgang naar een verre bestemming{{ouds
- (figuurlijk) toestand van grote rijkdomU heeft goed riemensnijden van 'en anders leer! Wat denkt u wel? Dat 'et niet op kan? Ho, ho, wacht eens! U zou me de breeveertien laten spelen! Is me dat omspringen met de duizenden!
Etymologie
*van de zandbank "Breeveertien" voor de Hollandse kust die kooplieden moesten passeren als zij uitvoeren naar verre bestemmingen; geschreven met een kleine letter volgens
Uitdrukkingen
- de breeveertien opgaan
- de breeveertien op varen
- de breeveertien op zijn
- de breeveertien laten waaien
- de breeveertien spelen
- de breeveertien uithangen
- dat gaat over de breeveertien
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek