Braamsluiper

mannelijk (de)/ˈbramslœʏpər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zangvogels (zangvogels) bepaald soort zangvogel, , uit de familie van zangers Syviidae

Etymologie

*Samenstellende afleiding van braam en de stam van sluipen

Vertalingen

EngelsLesser Whitethroat
DuitsKlappergrasmücke
Poolspiegża
Zweedsärtsångare
Deensgærdesanger