Braamsluiper
mannelijk (de)/ˈbramslœʏpər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (zangvogels) bepaald soort zangvogel, , uit de familie van zangers Syviidae
Etymologie
*Samenstellende afleiding van braam en de stam van sluipen
Vertalingen
EngelsLesser Whitethroat
DuitsKlappergrasmücke
Poolspiegża
Zweedsärtsångare
Deensgærdesanger
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek