Braambos

onzijdig (het)/'brambɔs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. groep van een of meer braamstruiken
    Gebeurtenissen uit de oude wereld het brandende braambos, de uittocht uit Egypte, de jongelingen in de vurige oven, Jonas in de walvis et cetera, worden geplaatst naast gebeurtenissen uit de nieuwe wereld, zoals bijvoorbeeld de voorstelling van de onbevlekte ontvangenis, en de opstanding van Christus.
    Het nieuwe kerkelijk zegel wordt gepresenteerd. De synode ging in 2017 akkoord met het grafisch vereenvoudigen van het kerkelijk zegel, waar Mozes en het brandende braambos op staan.