Bovist

mannelijk (de)/boˈvɪst/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. mycologie (mycologie) van oudsher gebruikt als benaming voor verschillende ronde, sponzige stuifzwammen
  2. steeltjeszwammen (steeltjeszwammen) benaming voor paddenstoelen uit het geslacht

Etymologie

*van Middelnederlands "bovijste"

Vertalingen

Spaansbejín, cuesco de lobo