Bospad

onzijdig (het)/'bɔspɑt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. (onverhard) wandelpad door het bos, fietspad door het bos, weggetje in het bos
    ‘De spontane creativiteit van die taal. Onze omgangstaal is zo uniform en stijlloos geworden, en tegelijk zo respectloos voor het Standaardnederlands. Een taaltje voor druilerige zaterdagen in het shoppingcentrum. Het dialect daarentegen is een glooiend weiland, een beek, een bospad tegelijk. En alle dagen zondag, bij de bomma.’ de Standaard DINSDAG 24 OKTOBER 2017
    De organisatie heeft namelijk het parcours aangepast. De twee kilometer over het asfalt van de Hooidijk zijn vervangen door het bospad dat er parallel aan loopt. ,,Opnieuw een stukje upgrading van het mooie parcours”, zegt mede-organisator Rob Rouwers. Hij is ervan overtuigd dat hij daarmee de lopers een groot plezier doet. ,,Want iedereen komt hier voor de beleving, om samen met anderen plezier te hebben en niet om een snelle tijd neer te zetten.” Tubantia Alphons Weierink 07-november-2017
    Ze stuitten op een Amerikaanse militair, die zich opwond omdat hun auto op een bospad stond. Zijn auto kon er niet langs, terwijl hij even verderop woonde. Volkskrant Menno van Dongen 13 september 2017

Vertalingen

Engelsforest path, wood path, forest path