Bolderik
mannelijk (de)/'bɔldərɪk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) een plant uit de anjerfamilieVroeger raakte bolderik soms meegemalen in het meel van de oogst en gaf dat vergiftigingsverschijnselen.
Etymologie
*afgeleid van bol
Vertalingen
Engelscorncockle, corn cockle
DuitsKornrade
Spaansneguilla, neguillón
Russischкуколь
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek