Boksdoorn

mannelijk (de)/ˈbɔksdorᵊn/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bloemplanten (bloemplanten) benaming voor planten uit het geslacht uit de nachtschadefamilie ()

Etymologie

*, een leenvertaling van koine "τραγάκανθα" (tragákantha), waarmee echter een andere plantensoort, , werd bedoeld

Vertalingen

Spaanscambrón, goji