Boekweit
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈbukwɛit/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) bepaald soort grasachtige plant,
- (landbouw) cultuurgewas () gekweekt om het zaad
- (voeding) gepelde zaden van , geschikt voor een glutenvrij dieet
Etymologie
*Samenstelling van boek (beuk) en weit
Vertalingen
Engelsbuckwheat
Franssarrasin
DuitsBuchweizen
Spaanstrigo sarraceno, alforfón
Italiaansgrano saraceno
Portugeestrigo mourisco
Russischядрица, греча
Chinees蕎麥
Japans蕎麦
Koreaans메밀
Arabischحنطة سوداء
Turkskarabuğday
Poolsgryka
Zweedsbovete
Deensboghvede
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek