Boeddha
mannelijk (de)/ˈbuda/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een beeld of afbeelding van Boeddha
- een rustig meestal wat gezet persoonWe treffen een Deense boeddha op het dakterras van het Marriot Hotel in Cannes, achterover leunend op een spierwitte loungebank. Is filmmaker Nicolas Winding Refn (45) werkelijk zo relaxed? NRC 13 juli 2016
Etymologie
*afgeleid van Boedha (de persoon)
Vertalingen
Engelsbuddha
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek