Blind

onzijdig (het)/blɪnt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. vensterluik

Etymologie

#(figuurlijk) zonder openingen een blinde muur: een muur zonder ramen

Uitdrukkingen

  • Een haastige hond werpt blinde jongenBeter langzaam iets goed doen, dan haastig iets slechts doen.
  • Zo blind als een molStoett-254 [http://www.dbnl.org/tekst/stoe002nede01_01 www.dbnl.org]
  • [[in het land der blinden is eenoog koningin het land der blinden is eenoog koning]]|je hoeft maar weinig moeite te doen om mensen vóór te blijven als zij zich niet in dat onderwerp verdiepen of er geen tijd/moeite in willen stoppen ofwel: wanneer iemand als enige een beetje van iets weet, lijkt het voor iedereen die er niets van weet alsof diegene er echt verstand van heeft
  • Liefde is blind.door verliefdheid de gebreken van een ander niet zien
  • Ziende blind zijnbijvoorbeeld iemand wel kennen maar toch niet de verkeerde eigenschappen zien
  • een blinde klipeen rots die net niet boven de waterspiegel uitsteekt
  • iets of iemand blind volgenzonder verder na te denken iets of iemand gehoorzamen

Vertalingen

Engelsblind
Fransaveugle
Duitsblind
Spaansciego, celosía, contraventana
Italiaanscieco
Russischслепой
Poolsślepy, niewidomy
Zweedsblind
Deensblind