Bijbellezing
vrouwelijk (de)/'bɛɪbəlezɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (onderdeel van een) bijeenkomst waar een deel van de Bijbel wordt voorgelezenHet begin van de viering is zoals gebruikelijk, met een woord van welkom, een gebed en een bijbellezing. "Dat hoort er bij, vind ik", zegt Huitink.Jarenlang was de podcast van Met het oog op morgen het populairst, maar in de maand juni was dit voor het eerst de Bijbelpodcast van de EO. Uiteraard helpt het dat de podcast dagelijks verschijnt, maar Eerst Dit trekt volgens De Vries veel unieke luisteraars. Volgens De Vries zijn het niet de meest luisterrijke verhalen voor de zomervakantie, maar wel elke dag zeven minuten Bijbellezing en overdenking.
- de keer dat men in de Bijbel leest
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek