Bezaan
mannelijk/vrouwelijk (de)/beˈzan/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (scheepvaart) de langsgetuigde, achterste mast van een zeilschip
- (scheepvaart) het zeil in de achterste mast van een zeilschipMet bezaan wordt vaak de complete mast met zeil bedoeld.
Etymologie
* In de betekenis van ‘achterste gaffelzeil’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1480
Vertalingen
Engelsmizzenmast, mizzen, jigger
Fransmât d'artimon, voile d'artimon
DuitsBesanmast, Besan
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek