Base

vrouwelijk (de)/ˈbazə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheikunde (scheikunde) stof die een of meer hydroxylgroepen bevat en in een waterige oplossing OH-ionen afsplitst: arrheniusbase
  2. scheikunde (scheikunde) ion of molecuul dat de neiging heeft een proton op te nemen: brønstedbase
  3. scheikunde (scheikunde) ion of molecuul dat een elektronenpaar kan doneren aan een ander molecuul: lewisbase
  4. wiskunde (wiskunde) grondtal
zelfstandig naamwoord
  1. gezuiverde vorm van een drug, meestal cocaïne, geschikt om bij verhitting te inhaleren

Etymologie

*[B] van """ (6)

Vertalingen

Engelsbase, base
Fransbase, base
DuitsBase, Base
Spaansbase, base