Barre

mannelijk/vrouwelijk (de)/bɑr/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. dans (dans) horizontaal rondhout aan de muur voor balletoefeningen
    De ballerina's oefenden aan de barre.
    Juno oefent voor haar rol in een ballet, ze staat voor de barre, voor de spiegel en voelt zich „een wiegende berk”.
  2. sport (sport) elk van de twee evenwijdige leggers van een bepaald toestel voor gymnastiekoefeningen: de brug
    Volgens techsite Gizmag zijn er al eerder turnrobots gebouwd. Al in 1999 ontwikkelden onderzoekers van het TITCH Yamakita Lab en het Sanpei Lab een mensachtige robot genaamd Mechano Boy die zo’n vijftien centimeter hoog kon springen en een horizontale barre kon vastgrijpen.

Etymologie

*[B] "bar" met de uitgang -e