Barbeel
mannelijk (de)/bɑr'bel/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (straalvinnigen) bepaalde vissoort die voorkomt in de middenlopen van rivieren,
Etymologie
* Leenwoord uit het middeleeuws Latijn, in de betekenis van ‘beenvis’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1287
Vertalingen
Engelsbarbel
Fransbarbeau
DuitsBarbe
Spaansbarbo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek