Azalea
mannelijk/vrouwelijk (de)/a'zaleja/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- sierstruik van het geslacht rhododendron
- sierstruik horende tot de heidefamilie (Ericaeceae)
Etymologie
* Leenwoord uit het modern Latijn, in de betekenis van ‘sierstruik’ voor het eerst aangetroffen in 1769
Vertalingen
Engelsazalea
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek