Arische

vrouwelijk (de)/ˈarisə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. persoon, geschiedenis (persoon) (geschiedenis) aanduiding voor een blanke, niet-Joodse vrouw in de tijd van de nazi's
    Deze werkte grondig en verifieerde bij Calmeyer of inderdaad Els als arische naar huis kon.

Etymologie

*: "arisch" met de uitgang -e