Ariër

mannelijk (de)/ˈarijər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. antropologie, geschiedenis (antropologie) (geschiedenis) blanke die geen Semiet isDoor de nazi's vooral gebruikt als aanduiding voor "niet-Jood".
    De eugenetica van de nazi’s inspireerde de Duitse schrijver Uwe Timm (1940) tot zijn roman Icarië. Centraal hierin staat het leven van de excentrieke gangmaker van de Duitse eugenetica, dr. Alfred Ploetz (1860-1940), die in Hitler degene zag die zijn theorieën over rassenhygiëne in de praktijk kon brengen om uiteindelijk een raszuivere mens te creëren: de lange, blonde, blauwogige ariër.

Etymologie

*van "Arier" als naam van een Indo-Europeaans volk, geschreven met een kleine letter volgens onder (2)

Vertalingen

EngelsAryan