Anno

/ˈɑno/

Betekenis

voorzetsel
  1. in het jaar
    Het is donderdag precies tien jaar geleden dat One Direction werd geformeerd tijdens de opnames van de talentenjacht The X Factor. In 2015 stopte de band tijdelijk, maar van een reünie lijkt voorlopig geen sprake. Toch zitten de leden anno juli 2020 nauwelijks stil.
    Dat dit anno {{CURRENTYEAR
    Het was geen ongelukkige ex-buschauffeur die anno 2018 rondfietste in NoordGotland, maar een zelfingenomen rechercheur uit Kymlinge.
  2. in de tijd van (in vergelijking met een eerdere of soms een latere tijd)
    Stille nacht, heilige nacht: zelfs wie niets heeft met geloof en kerk én voor de eeuwwisseling geboren is, zal het kunnen meezingen. De vraag is: wat moet je anno nu met die kerstklassiekers en het bijbehorende kerstverhaal?

Etymologie

*van Latijn """ (ablatief van "annum", "jaar"), in de betekenis van ‘bijwoord van tijd: in het jaar’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1513