Agaat
/ˈaɣat/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (n) (mineraal) een doorzichtige, maar soms ook opake variëteit van trigonaal kwarts en een subvariëteit van chalcedoonDe binnenzijde van een geode bestaat vaak uit agaat.
- (m) een stenen voorwerp bestaande of vervaardigd uit [1]Zij droeg een halsketting met prachtige agaten.
Etymologie
*uit het Frans
Vertalingen
Engelsagate
DuitsAchat, Achat
Spaanságata, ágata
Russischагат, агат
Poolsagat, agat
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek