Achterdijk
mannelijk (de)/ˈɑxtərˌdɛik/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (waterbeheer) tweede waterkering als extra bescherming tegen overstroming wanneer een dichter bij het open water gelegen evenwijdig lopende waterkering doorbroken of overstroomd raaktHet systeem van dijkaanleg bestond uit het verhogen c.q. versterken van de langs de rivier gelegen oeverwalgronden en de aanleg van dwarsdijken (sytwenden) haaks op de oeverwal of rivierdijk en van achterdijken (beringen) die tezamen het water uit de kommen moesten weren.{{ouds
Etymologie
*van Middelnederlands "achterdijc", op te vatten als
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek